Seksuele uitbuiting


Casus

Johanna, een vrouw van 36 jaar, is al enige tijd werkzaam als prostituee in een club. Ze werkt hier uit vrije wil en ze heeft goed contact met de eigenaar. Dan wordt de club verkocht en verandert alles.

Gedwongen seksuele handelingen

Zodra de nieuwe eigenaar er is, dwingt hij alle medewerkers tot seksuele handelingen die zij niet willen doen. Zij hebben geen keuze meer en mogen ook geen klanten meer weigeren. Gedurende twee jaar ontvangt Johanna dagelijks klanten met wie zij seksuele handelingen moet verrichten. Haar verdiende geld wordt voor een groot deel ingehouden door de eigenaar. Johanna durft niet te stoppen met werken, omdat de eigenaar gewelddadig is. Bovendien dreigt hij haar zoontje iets aan te doen als zij stopt. Op het moment dat haar collega's naar de politie stappen, durft ze niet mee te gaan. Ze is bang voor wraak. De politie zoekt contact met Johanna en vraagt of ze ook aangifte wil doen. Dat durft ze niet, maar ze vertelt wel over haar situatie. Met hulp van de politie lukt het haar om toch te stoppen.

“Ik was doodsbang dat hij mijn zoon iets zou aandoen”

De beslissing Johanna is door haar collega's gewezen op het Schadefonds en heeft een aanvraag ingediend. De aanvraag is toegewezen. Johanna krijgt een tegemoetkoming van € 10.000 (letselcategorie 4).

De onderbouwing Dankzij de beschikbare informatie was het voldoende aannemelijk dat zij slachtoffer is van mensenhandel. Zoals de aangiftes door haar collega's waarin haar naam werd genoemd. En de toelichting van de politie dat Johanna bang was en zelf geen aangifte durfde te doen. Omdat het hier gaat om mensenhandel met seksuele uitbuiting met seksueel binnendringen, wat gedurende een langere periode stelselmatig gebeurde, kreeg Johanna een tegemoetkoming uit letselcategorie 4.

Welke informatie kan belangrijk zijn voor de aanvraag? Soms kan de informatie die medeslachtoffers aan de politie geven voldoende zijn om vast te stellen dat iemand slachtoffer werd van mensenhandel. Bijvoorbeeld omdat de medeslachtoffers diegene in hun aangifte noemen. Het kan ook zo zijn dat een slachtoffer geen aangifte durft te doen maar wel een melding deed of een informatief gesprek kreeg. Dit is ook waardevolle informatie voor het Schadefonds.

Hoewel de casus fictief is, zijn de situaties zo veel mogelijk gebaseerd op de realiteit.

Erkenning geeft kracht. Samen betrokken.

© Copyright 2021 Schadefonds Geweldsmisdrijven