Criminele uitbuiting


Casus

Olav is 12 jaar oud en wordt door de politie gesignaleerd vanwege het plegen van winkeldiefstallen. Omdat hij zo jong is vermoedt de politie dat hij gedwongen wordt deze diefstallen te plegen.

Uitbuiting

De politie schakelt de Raad voor Kinderbescherming in. Olav blijkt op te groeien in een onveilige woonomgeving waar wapens en drugs binnen handbereik liggen. Zijn verzorgers dwingen hem om dagelijks te stelen en ze geven hem weinig te eten. Hij is bang voor hen. Uiteindelijk wordt Olav uit huis geplaatst en krijgt hij een voogd toegewezen. Daar vertelt hij dat hij al diefstallen pleegt sinds hij acht jaar oud is.

“Ik was bang voor mijn verzorgers en durfde niemand iets te vertellen”

De beslissing De politie heeft de voogd geïnformeerd dat hij voor Olav een aanvraag kon indienen bij het Schadefonds. De aanvraag is toegewezen. Olav krijgt een tegemoetkoming van € 5.000 (letselcategorie 3).

De onderbouwing In deze zaak is voldoende objectieve informatie beschikbaar. De voogd stuurde beschikkingen van de kinderrechter op. Hieruit bleek dat Olav als minderjarige werd gedwongen om diefstallen te plegen. Uit de medische informatie die wij van de voogd ontvingen, werd duidelijk wat de traumatische gevolgen voor Olav zijn.

Is het een probleem dat Olav zich bezighield met strafbare feiten? Wij kijken naar de rol van het slachtoffer en wat er is gebeurd. Winkeldiefstal valt onder criminele activiteiten. Uit het non-punishmentbeginsel vloeit voort dat slachtoffers van mensenhandel die zijn gedwongen strafbare feiten te plegen, niet mogen worden vervolgd en/of bestraft. Zij zijn namelijk geen dader maar slachtoffer. Het plegen van strafbare feiten heeft geen gevolgen voor de tegemoetkoming omdat het slachtoffer hiertoe werd gedwongen.

Hoewel de casus fictief is, zijn de situaties zo veel mogelijk gebaseerd op de realiteit.

Erkenning geeft kracht. Samen betrokken.

© Copyright 2021 Schadefonds Geweldsmisdrijven